
Al eerder kwam Box 3 in deze rubriek aan de orde. Ter herinnering: de Hoge Raad heeft eind 2021 het door de Belastingdienst gehanteerde systeem van tafel geveegd.
Dat leidde over de jaren 2017 tot en met 2021 tot aangepaste (lagere) schattingen, waardoor veel mensen geld terugkregen.
Later stelde de Hoge Raad, dat nooit meer dan het werkelijke rendement mag worden belast.
Daarom krijgen veel mensen deze weken een brief om hen hierop te attenderen.
Als het werkelijke rendement lager is dan het door de Belastingdienst geschatte rendement, is het mogelijk, dat lagere rendement door te geven.
U moet dus zelf actie ondernemen.
Onder rendement vallen bijvoorbeeld rente, dividend, huuropbrengsten, koerswinsten. Vooral bij verhuurd onroerend goed en beleggingen kan dat een flinke klus zijn. Als u actief handelt in aandelen, moet u elke transactie afzonderlijk administreren.
De vraag is natuurlijk of u er iets mee opschiet. Dat ligt helemaal aan uw persoonlijke situatie. Hebt u veel spaargeld en nauwelijks rente genoten, dan is uw werkelijke rendement waarschijnlijk lager dan het door de Belastingdienst gehanteerde rendement. Bij beleggingen zal het vooral draaien om het feit hoe in een bepaald jaar de beurs heeft gepresteerd. In 2022 waren de resultaten niet om over naar huis te schrijven; grote kans, dat u over dat jaar verliezen hebt geleden.
Het werkelijk rendement van al uw bezittingen en schulden moet u salderen. Het gaat dus niet om het rendement per vermogenscategorie maar om het rendement van het totale vermogen.
Hoe pakt u dit nou aan? Neem voor elk jaar uw belastingaangifte erbij. Daarin hebt u ook uw vermogen verantwoord. Voor elke component berekent u het resultaat en het totale resultaat vergelijkt u met het door de Belastingdienst berekende rendement. Zat u hoger? Dan hoeft u niks te doen.
Zat u lager? Maak dan gebruik van de mogelijkheid om uw werkelijke rendement door te geven. Van het verschil kunt u zo’n 30 % terugverwachten. Nog een paar “weetjes”, zonder volledigheid te pretenderen:
- Uw eigen woning telt niet mee evenals een daarop rustende hypotheek, waarvan u de rente af kunt trekken.
- Bij de berekening van het werkelijke rendement is géén heffingvrij vermogen van toepassing.
- Bij een verlies op uw totale vermogen is het werkelijk rendement nihil. U krijgt dus geen 30 % van uw verlies terug.
- Verliezen kunt u niet meenemen naar een ander jaar. Ieder jaar wordt afzonderlijk bekeken.
- Kosten van uw vermogen (bijv. onderhoud van verhuurd onroerend goed) zijn niet aftrekbaar.
In sommige gevallen (bijvoorbeeld als er alleen spaargeld is) is de bepaling van het werkelijk rendement eenvoudig. In andere gevallen staat u voor een complexe rekenexercitie.
De vraag is natuurlijk of u hier een belastingadviseur voor moet inschakelen. Vanuit een puur fiscaal oogpunt heeft een belastingadviseur hier geen toegevoegde waarde. Voor het rekenwerk kunt u natuurlijk altijd iemand inschakelen. Dat kan een belastingadviseur zijn maar ook uw hypotheekadviseur. Het is echter maar de vraag of de hiermee gemoeide kosten opwegen tegen de te verwachten belastingteruggave.
Misschien is er in uw kennissenkring een rekenwonder, waarmee u in alle discretie alles kunt bespreken. Gebruikt u Google als onbezoldigd adviseur? Blijf dan kritisch!
Wilt u meer weten? Neem dan contact op met R&S Consult. Het eerste gesprek is altijd vrijblijvend en kosteloos.
Doorsturen van dit bericht is toegestaan, maar dan wel met bronvermelding: 073financieeladvies.nl.
R&S Consult spant zich in om de inhoud van deze website en bovenstaand bericht zo actueel, juist en volledig mogelijk te houden. Desondanks is het mogelijk dat de inhoud gedateerd, onvolledig en/of onjuist is.